Krantenartikel 30 april 2026 n.a.v. Het verhaal van mijn drie opa's
___________________________________________________________________________________________
korte verhalen
VERSCHILLENDE STANDEN VAN BEWUSTZIJN
- Die fractie van een seconde (2026)
- Een Engelse vrouw (2026)
-In de droomschaduw kan alles erger (2026)
-Zomers Zonneplein (2025)
___________________________________________________________________________________________
(uit de besloten schaduwwebsite van de Wilde Mix, TC Elzenhagen, 20 jaar en langer geleden)
-Wilde Mix vs Geopolitiek (2006, herinneringen)
-Bang (2005, herinneringen)
-In memoriam (2004, herinneringen)
-Onoverwinnelijk (2004, herinneringen)
-Sponsoren (2004, herinneringen)
____________________________________________________________________________________________
Krantenartikel: Noordhollands Dagblad, Gooi en Eemlander, Haarlems Dagblad en IJmuider Courant (hardcopy Haarlems Dagblad)
Korte verhalen
============================================================================================================
Die fractie van een seconde
Fascinerend. Dat ene moment. Minder dan een tel, waarin zich zoveel afspeelt. Onvoorstelbaar maar schijnbaar waar. Het fenomeen waarover verschillend over wordt gedacht. Het is al weer even geleden dat ik er met mijn neus opgedrukt werd. Het fenomeen werd met bijzondere en bijzonder lange poëtische zinnen door Marcel Proust magistraal beschreven in Combray. Het was herkenbaar en klopte bijna precies toen ik het voor het eerst las. Op dat moment lag ik met het boek in bed. Werd er wat dromerig van. Het kan ook zijn dat ik dromerig werd van de haast oneindig lange zinnen waarmee Proust zijn verhaal schreef. Ik begon langzaamaan te verlangen naar de volgende ochtend. Verwachtingsvol uitziend naar de beleving van het ontwaken, zou ik het moment van bewustzijn herkennen? Ik hoopte alerter wakker te worden dan anders. Al maakte ik me ook zorgen, want in de studentenkamer waar ik me bewust zou worden van de tijd, de plek en de omgeving was het kansloos dat ik iets vergelijkbaars met versgebakken madeleines zou ruiken. Misschien zouden de oude pitten van de versleten oliekachel in mijn kamer ook werken als geurherinnering.
De herinneringen aan Proust en zijn ellenlange beschrijving van het moment van ontwaken, kwamen in mij op tijdens de opera die ik bezocht in de Amsterdamse Stopera. De opera Reguiem for Mariza van Meriç Artaç ging kort gezegd over leven dood en het moment daartussen. ’Het moment daartussen’, uitgebeeld door de Nationale Opera kwam intens bij me binnen en zette grote vraagtekens in mijn hoofd. Vreemd hoe alles wat op het toneel gebeurde mij steeds verder trok naar de vraag: Wat is dat moment waarin alles - tijdloos - lijkt te passen? Een raadsel die al velen bezighield en ondanks de vele theorieën onbeantwoord lieten.
Filosofen en wetenschappers hebben zich er hun hoofd over gebroken. Dat deden ze eeuwenlang, als je bedenkt dat oude Grieken als Heraclitus zich verwonderd hebben over het ‘nu’ en daar betekenissen aan hingen. Het lijkt zo eenvoudig om te beweren dat ieder ‘nu’ volgt op een vorig ‘nu’ zoals Aristoteles deed. Dat ene moment, tijdsbesef, ontwikkeling van tijd en invulling van het hele begrip tijd vroeg toen al meer dan een klein moment aandacht. En dat is een universeel vraagstuk. Ook Boeddha met de leer van de vergankelijkheid en later de Zen-boeddhisten met wat satori genoemd wordt (een flits, zeg maar een bliksemflits waarin alles helder wordt), waren gebiologeerd door tijd en door die fractie van tijd waarin zich meer afspeelt dan je voor mogelijk houdt.
Zelfs de neurowetenschap probeert antwoorden te vinden, gefascineerd als zij zijn door de grenzen en mogelijkheden van het menselijk brein. Is er überhaupt iets meetbaar van een microscopische, haast ongrijpbare seconde waarin zich iets in afspeelt wat niet in tijd is uit te drukken? Wat misschien het dichtste bijkomt is de Global Workspace Theory: Het moment waarop een prikkel in het bewustzijn terechtkomt – het lijkt soms wel een overval- volgens die theorie vlammen dan de hersennetwerken in een keer op, zogenaamd een totale ontbranding. Het blijft een theorie, mogelijk een paradigma maar er wordt wel degelijk ‘iets’ gemeten.
Maar niet alleen zij. Moderne filmmakers worden meer dan eens door vragen hierover geïnspireerd. Jaren geleden zag ik de film Martyrs waarin een groep schimmige Franse wetenschappers het moment tussen leven en dood onderzochten. Daarbij probeerden zij zo nauwkeurig mogelijk het moment vast te leggen. Wat begon als een spannende film veranderde al snel in een horror. Er werden mensen ontvoerd en in de kelders van een landgoed opgesloten, gemarteld en steeds werd gegeregistreerd hoe de slachtoffers reageerden op de verschillende martelingen waar de dood op volgde. Het deed me denken aan een bezoek wat ik ooit bracht aan het museum in Dachau. Vreselijk en mensonterend. Andere films welke dit verschijnsel raken, die niet per definitie toegankelijker zijn maar wel minder gruwelijk: Flatliners en Enter the Void.
De theoretisch benadering van het fenomeen past me beter; de vrijheid van gedachten en interpretatie van wat je om je heen ziet gebeuren en beluistert. Zoals Elisabeth Kübler-Ross schrijft over het moment van sterven als een overgangspunt. Het miniscule moment van helderheid wat zij als terugkerend element haalt uit onderzoeken met mensen met bijna-doodervaringen is intrigerend.
Geen van de filosofieën, theorieën en meer of minder wetenschappelijke benaderingen geeft eenduidige antwoorden. De terminologie die her en der gebruikt wordt is al op zichzelf de moeite waard om hier eens wat verder in te graven, een oppervlakkige gedachte wat extra’s mee te geven. Ik noem er een paar: de Jetztzeit (nu-tijd) van Walter Benjamin; Virginia Woolf met haar Moments of being; James Joyce met zijn Epiphanies; of toch, de mooiste gedachten van Jorge Luis Borges: Tijd als een labyrint en momenten waarin het oneindige zich in een enkel ogenblik toont.

Een Engelse vrouw
Er is geen twijfel mogelijk, Ik weet zeker dat we oostwaarts gingen. Die kaart liet heel duidelijk de omlijning van Vietnam zien. Ik ben op een eiland, een eiland waarvan ik de naam niet weet.
Mijn reisgenoot en ik zitten in een nogal rechthoekige witte auto. Het is niet helder wie er stuurt. Is het de auto zelf die ons zelfstandig vervoert naar ons reisdoel? Een grote stralend witte blokkendoos die bestaat uit meerdere vierkante vormen van verschillende grootte. Binnen is het vooral schoon, ruim en licht. Als in het niets staan er twee comfortabele lichtgrijze leren fauteuils. De een is bonkig recht, de andere stoel is organisch rond, zacht en haast dierlijk. Beiden hebben knopjes voor elektrische bediening. Wat er gebeurt als je op zo’n knopje duwt is niet bekend. Ik kies voor de bonkige stoel. Mijn reisgenoot gaat zitten in de stoel met de rondere vormen.
Dan wordt er aan een kant van zijn stoel een lange dunne staalkabel gekoppeld. De kabel komt vanuit een muur. Aan de andere kant van zijn stoel wordt een soortgelijke kabel bevestigd. De ruimte waar we in zitten is oneindig groot. Als mijn reisgenoot op een knopje drukt spannen de kabels zich en wordt hij vloeiend door de ruimte heen en weer getrokken. Het ziet er heel aangenaam uit. Ik probeer het met mijn stoel maar dat lukt niet. Er gebeurt niets met mijn stoel. Eigenlijk wil ik ruilen. Mijn reisgenoot staat op en verlaat de ruimte.
Achterin de ruimte schuift een paneel open. Daaruit verschijnt een vrouw die me in het Engels aanspreekt. Ze vertelt me dat ze met haar familie uit Engeland komt en hier op vakantie is. Het is volgens haar een Engelstalig eiland. Ik ben verbaasd en meen me te herinneren dat we over Vietnam naar het zuidoosten zijn gevlogen. Als ik haar dat vertel, zegt zij niet te weten of dat zo is. Het interesseert haar niet. Ze is druk met haar familieleden. Ze zitten met twee vrouwen en een oudere man in een veel te kleine ruimte. Ze vinden het alle vier verschrikkelijk en klagen voortdurend. Vooral hij.
Als aan de andere kant van de ruimte waarin ik me bevind een luik van anderhalve meter in het vierkant opengaat kruip ik erdoor en ga daar in een klein vertrek op een richel zitten. Naast me verschijnt een jongen van een jaar of twaalf met gitzwart haar. Hij heeft mijn tube tandpasta in zijn hand en vraagt of hij er zijn tanden mee mag poetsen. Ik knik en hij gaat dicht tegen me aan zitten terwijl hij zijn tanden poetst met een piepklein borsteltje. Dan vertelt hij me dat hij alleen is. En helemaal geen spullen krijgt om voor zichzelf te kunnen zorgen. Waar komt hij vandaan? Hij wijst op een kleiner luik wat gesloten is. Hij duwt het luik open en daarachter zie ik een gigantische en kleurige ruimte. Er staan een bed, stoelen en een tafel. Daar woon ik zegt de jongen. Hij kruipt door het luikje. In de andere grotere opening verschijnt het hoofd van de vrouw, roepend het helemaal niet kan. Ik ga verward terug naar mijn eigen ruime vertrek.
Mijn reisgenoot komt binnen wuift de vrouw weg naar haar familie. En vertelt dat hij naar het surfstrand is geweest. Op weg hiernaartoe hebben we geen mensen gezien. Mijn reisgenoot zegt dat het op surfstrand onmogelijk druk is. Net een mierenhoop. De temperatuur is er vreselijk hoog. Je kunt er maximaal voetje voor voetje vooruit schuiven. Mensen klimmen zelfs over elkaar. Maar hij heeft niemand gesproken. Er was amper geluid te horen. Waar zijn we? We vlogen immers over Vietnam. Trouwens, wie is mijn reisgenoot? Ik ken hem niet.
In de droomschaduw kan alles erger
Alles is rustig. Hoewel, de stad slaapt nooit volledig. Maar in Noord is het bijzonder kalm. Het zal er mee te maken hebben dat het in Amsterdam Noord net even anders is. Is Noord werkelijk gestoord? Een ding is zeker: ik slaap. Onrustig, maar ik slaap. Het gebeurt me wel vaker, in een droom waarin ik een gevaar ben voor anderen en voor mezelf.
Het is aardedonker als ik mijn ogen open, gewekt door een unheimisch geluid dat ik niet kan thuisbrengen. Ik draai me, mijn onderbenen uit het bed. Daarbij voel ik het mes in mijn rug, dezelfde pijn die ik iedere ochtend ervaar bij het opstaan. Stil loop ik naar het raam en gluur als een spion achter het gordijn langs en probeer te ontdekken waar het geluid vandaan komt. Een paar huizen verder zie ik twee mannen met iets wat lijkt op een opgerold tapijt onder hun arm. Ik geloof mijn ogen niet. Dit kan helemaal niet, de onbekenden proberen het door de brievenbus te persen. Met al hun kracht duwen ze tegen de brievenbus. Zodra een uiterst klein randje van de rol in de brievenbus zit, beginnen ze te wrikken. En wonderbaarlijk genoeg lijkt het ze nog te lukken ook. Het is alsof de brievenbus wijkt. Het omhulsel, ik weet niet zeker of het tapijt is, wijkt een stukje. Dan herken ik een voorhoofd, wenkbrauwen. Met afgrijzen zie ik dat een deel van het hoofd al door de brievenbus gaat. Dan schreeuw ik: ‘Heeee wat is dat?!’ De mannen schrikken en ontdekken me, een verdieping hoger achter het gordijn.
Betrapt trek ik me schielijk terug in mijn slaapkamer. Het laatste wat ik zie is dat ze de rol, met naar alle waarschijnlijkheid een mens erin, laten vallen. Sluipend kom ik op de overloop om vervolgens doodstil de trap af te gaan. Eenmaal door de gang blijf ik bewegingloos naast de voordeur staan. Het is nog steeds donker. Heel langzaam wennen mijn ogen aan het gebrek aan licht. Ik wou dat ik een nachtdier was. Mijn oren staan op scherp. Het is bijna onhoorbaar, ze komen dichterbij. Vlak voor mijn voordeur houden ze stil. Vier lange dikke vingers duwen geruisloos de brievenbus open en komen naar binnen. Dan sla ik toe.
Met de rand van mijn hand geef ik van bovenaf een soort karateklap op de vingers en pak ze vast voor ze die vingers kunnen terugtrekken. Ik hoor gekreun aan de andere kant van de deur. Terwijl ik de vingers draaiend omhoogtrek voel ik ze breken. Het verbaast me dat er niet geschreeuwd wordt van pijn. Mijn verbazing groeit als ik zie wat er gebeurt. Verstijfd staar ik met grote ogen naar mijn deur, naar mijn brievenbus. Een herhaling van wat ik eerder zag, alleen ditmaal is het niet het slachtoffer wat door de brievenbus wordt geduwd. Ik hoor geduw en gestommel, zwaar ademen en het materiaal van mijn brievenbus lijkt te steunen en te kreunen. De randen wijken haast organisch uit elkaar. Met walging zie ik hoe zowel de brievenbus als het binnendringend hoofd vervormen. Daarbij komt het hoofd steeds verder mijn huis in.
Bovenop het dreigende hoofd een flinke bos haar. Ik aarzel niet langer dan anderhalve seconde en sla. Twee keer bovenop de haarbos. Mijn vingers grijpen in het haar. Met een volle hand haar trek ik met alle kracht die ik in me heb. Ik hoor een kreun, logisch. Dan hoor ik gegil en de geschreeuwde woorden: ‘Stop, stop Frank! Au stop!’
Ik herken de stem en mijn hart lijkt stil te staan. Wat ben ik in hemelsnaam aan het doen? Ik laat los. Uit een droom weggerukt steek ik mijn hand weer uit naar het hoofd van mijn vrouw, murmel excuses en schaam mij diep. Na een tijdje en mijn vrouw niets zegt, zeg ik berouwvol: ‘Leef je nog?’ Ze antwoordt niet, ik hoor alleen een licht gesnurk. Die nacht slaap ik niet meer. Ik voel me vreselijk. Hoe kan ik dit voorkomen? Waarom doe ik deze dingen?
Zomers Zonneplein
Voor m’n gezondheid ben ik de uitdaging aangegaan om dagelijks tenminste een uur te fietsen. Vandaag las ik overigens een pauze in omdat ik gisteren en eergisteren wat heb overdreven door op beide dagen twee uur te fietsen. Dat voel ik mijn onhandige lijf met extra pijn in mijn knieën en rug. Dus even een dagje rust. Achter mijn laptop daalt steeds weer het warme beeld in mijn geestesoog van afgelopen donderdag.
Op de fiets naar het Zonneplein. Dat ligt midden in Tuindorp Oostzaan. Ik wilde er bij een goede bakker die daar scheen te zitten een paar lekkere broodjes halen. Omdat ik er niet vaak kom, en dan meestal ’s avonds voor een voorstelling in het Zonnehuis, wist ik niet dat er tegenover de bakker een leuk koffietentje zit. Buiten staan er wat eenvoudige stoeltjes en tafeltjes opgesteld als terras. Dat ziet er vriendelijk uit met een hoog kringloopwinkel-gehalte, of moet ik het misschien vintage noemen. Dat past beter bij het kopje cappuccino dat hoger geprijsd is dan je in een oudere volkswijk verwacht; € 4,- voor een kopje (even voor diegenen van mijn generatie of ouder: dat is nog net geen tien gulden voor een kop koffie).
Toch heb ik er een hele fijne herinnering aan. De koffie en zelfs de vriendelijke, en inderdaad goede bakker hebben daar niet voor gezorgd. Het was het tafeltje naast ons. Twee jongemannen, stoer en eigentijds. De een had wilde donkere krullen en een zwarte oortunnel in zijn linker oor. De ander donkerblond warrig haar en een baard van meerdere dagen. Het gesprek kon ik makkelijk opvangen. De een was een Engelstalige expat, de man met de oortunnel was Nederlands. Ze spraken Engels. Het was een interessante uitwisseling van gedachten over het zelf maken van een fruithapje. Met mango en zeer fijngemalen stukjes noot. Ondertussen wiegden ze af en toe met de wandelwagen. Ze hadden beiden een baby bij zich. Twee mannen, twee wandelwagens en het fruithapje. Het klonk bijzonder smakelijk.

Uit de besloten schaduwwebsite van de Wilde Mix, TC Elzenhagen, 20 jaar geleden en ouder
Wilde Mix vs Geopolitiek (2006)
76e op de ATP-ranglijst staat (of stond tot voor kort) Karol Beck. 74e op de ATP- ranglijst staat Paul Goldstein. Daar hebben ze keihard voor gevochten. Zeker weten. Toch weet ik het niet hoor. Ik durf te wedden dat er geen Nederlander is die er van wakker ligt dat Beck uit de ranglijst is gehaald nadat hij is betrapt op doping. Ik denk zelfs dat er wel een paar mensen zullen zijn die zoiets hebben van "hé , Raemon Sluiter (92) is weer een plaatsje geklommen". Ook als die Paul Goldstein pech heeft en een auto-ongeluk krijgt zal de reactie niet veel anders zijn, vrees ik. Terwijl er toch echt gestreden moet worden om de rankings.
Maar dan Hamas. Dat is hele andere koek. In '67 ontstaan nadat Israël de overgebleven Palestijnse gebieden bezette. Hamas ging in verzet. Ook daar werd voor gevochten. Tot op de dag van vandaag. Hun strijd valt onder de noemer terrorisme. Daarover verschillen de meningen; want wat deed het ANC in Zuid Afrika; of nog sterker, wat deed de ex-premier Begin vroeger voor hij in '78 de Nobelprijs voor de Vrede won? Hij vocht na 45 als 30-er voor een vrije Joodse staat tegen Engelsen en Arabieren. Wat is er eigenlijk legitiem en wat niet. Wat in ieder geval hoog in ons vaandel staat is democratie. En zeker democratische verkiezingen zoals wij die in ons Westen kennen. Verkiezingen zoals in de Palestijnse gebieden zijn gehouden. We zijn ons kapot geschrokken. Hamas wint met 74 zetels de absolute meerderheid! Wat nou? Een aan geweld gelieerde partij die zich nota bene tegen Israël richt, waarmee ons gemeenschappelijke schuldgevoel zo'n moeite mee heeft! Onmogelijk. Onacceptabel. Zo luiden in ieder geval de reacties vanuit onze westerse wereld. Wij bepalen immers wiens geweld getolereerd wordt. Of we passen het gewoon zelf toe. Die willekeur past ons; op wereldniveau, op landelijk niveau (denk 's aan onze eigen verzetsbeweging), maar ook micro niveau: Elzenhagen. Ga met me mee naar de Wilde Mix op vrijdagavond.
's Zomers is die redelijk bezocht. 's Winters speelt er meestal een harde kern van rond de 12 mannen en vrouwen. En er wordt gevochten. Voor de ranglijst. Kijk maar eens op de website van Elzenhagen, en klik door naar de vrijdagavond. Hart tegen hart en overigens alles behalve democratisch bepaald. Eenmaal ingedeeld in een partij kun je volledig uit je bol gaan, we hebben wel eens wat agressie meegemaakt, maar ingedeeld is ingedeeld. En dan de puntentelling voor de ranking. Het geblaas is soms niet van de lucht. Ik heb me er zelf ooit schuldig aan gemaakt omdat er zonder democratisch overleg bepaald was (door de webhost) dat het aantal gewonnen games uiteindelijk bepalend was voor wie er winnaar werd van de winterstrijd. Het maakt mij niet uit of ik nou 76 of 74 games heb gewonnen, maar als ik op de laatste vrijdagavond van het seizoen 2 x win van de uiteindelijke winnaar van de winterstrijd omdat hij een paar gámes méér heeft gewonnen, dan gaat bij mij het licht ook uit. En zeker als de regel alles behalve democratisch is vastgesteld.
En dan spreek ik nog niet over de keren dat er gevochten wordt om een puntje als een uitbal betwist wordt. Ik (ja ik was er weer bij betrokken) kan me goed herinneren dat de partij Sjaak/Thijs-Olav/Frank bijna in een heuse oorlog ontaarde. Omdat er na het bewuste moment van de betwiste uitbal niet meer normaal werd gespeeld, besloten we tijdens de nazit dat we de volgende week de partij nog eens zouden overspelen. Ik zie Olav tijdens de re-match nog zijn shirt optillen na de 1e uitbal waarbij hij een T-shirt liet zien waarop hij met grote letters UIT had gekalkt. Agressie op microniveau. Vrijdagavond en het Midden-Oosten. Elzenhagen en Hamas. Hamas is goed en strak georganiseerd, Elzenhagen in zekere zin ook. De westerse politiek lijkt dat ook maar die is tegelijkertijd behoorlijk diffuus. De Wilde Mix op vrijdagavond voegt iets toe. Het is er berengezellig, zelfs als er strijd (altijd) of onenigheid (heel soms) is.
Dat komt doordat we met elkaar blijven communiceren. Tussen de partijen door een praatje en een sapje, en na de laatste partij blijft iedereen nog voor een hapje, een drankje en de gezelligheid. Dat maakt van de Wilde Mix op vrijdagavond iets bijzonders. Alles kan gezegd worden, er kan van alles gebeuren, maar het contact met elkaar maakt dat het altijd weer goed is. misschien een leermoment: Elzenhagen - Internationale Politiek, tussenstand 15 - 0.

Bang (2005)
Ik ben bang. Nog niet eens zo lang geleden is er gemoord om verschillen van levensopvattingen, waarbij niet gekozen is voor de gang naar de rechter maar voor moordwapens. Ik zie de beelden nog helder op mijn netvlies: drie artsen, op weg naar hun werk in een abortuskliniek en Amerika, werden als honden afgeschoten door tegenstanders van abortus. Keurige mensen hoor, die moordenaars. Ware Christenen noemen ze zich. En ze waren gewoon wit. Dat boezemt mij angst in. Ik heb geen idee wat de levensopvattingen zijn van de leden van Elzenhagen. Veel Moslims heb ik er niet ontmoet. Streng gereformeerden evenmin. Ik heb ook geen orthodoxe Jood of Boeddhist gesignaleerd.
Maar schijn kan bedriegen. Ik zie ze al tennissen, een moslim of moslima in zijn djellaba of in haar burka. Dat wordt niks. Net zomin als die gereformeerde en die orthodoxe Jood in zijn zwarte pak, compleet met hoed op, of zij in haar lange rok, laat staan in haar Spakenburgse klederdracht. Over die Boeddhist in zijn oranje gewaad heb ik het al niet eens meer. Maar schijn kan bedriegen. Misschien zijn ze allang onder ons. Dat beangstigt me. Kijk het interesseert me echt niet of die orthodoxe Jood een nieuwe kolonie vestigt achter op de parkeerplaats van Elzenhagen. Ik maak me evenmin druk over wat anderen doen met geiten, schapen, kippen, rode katers of ander gedierte. Nee, ik ben bang dat ze mijn vrijdagavond op Elzenhagen verstoren. Straks krijgen we alleen nog maar hapjes van Marja die hallal of kosjer zijn. Roep je een keer in je enthousiasme verdomme tijdens een partij, krijg je een klap met een tennisracket in je nek van die christenbroeder waarmee je nota bene samenspeelt.
Op vrijdagavond wordt er op Elzenhagen, onder het genot van een drankje vrijelijk met elkaar gesproken. Eigenlijk is er niets wat niet gezegd kan worden. Na een goed gesprek waarin vrijuit gesproken is, kom je er achter dat het hek van het tennispark op slot zit, en je voorlopig niet meer thuis mag slapen. Na een verhitte discussie waarin lekker ongenuanceerd van mening is verschild, haal je misschien je auto niet eens meer, en is het definitief met je gebeurd. Het ergste heb ik nog niet eens genoemd, maar let op want daar begint het ongetwijfeld mee: er mag geen alcohol meer worden geschonken. Hoewel? Welnee, dat biertje blijft. Daar ben ik niet bang voor. Eigenlijk ben ik nergens bang voor. Laat maar, ik heb niets gezegd.
In Memoriam
Sjaak is dood. Het heeft zich al enige tijd aangekondigd. Enkele weken geleden lieten de eerste tekenen zich al zien. Tijdens een overigens interessante partij tennis, op een vrijdagavond in de ballon van tennisclub Elzenhagen, klaagde Sjaak over pijn in zijn rechter arm. Merkbaar serveerde Sjaak vanaf dat moment aanzienlijk krachtelozer dan wij van hem gewend waren. Het steunbandje wat hem door een bezorgde Marja werd aangereikt om hem er boven op te helpen, mocht niet meer baten. Ondanks het feit dat Sjaak het bandje op vele uiteenlopende wijzen heeft geprobeerd toe te passen, heeft het steunbandje hem niet meer kunnen redden. Tekenend was het voor Sjaak ook dat hij intussen steeds vaker de weg op de tennisbaan kwijtraakte. Had hij onlangs nog met zijn medespeler vergaande discussie over de plaats op de baan en aan het net, waarbij hij de indruk wekte nog redelijk heldere argumenten te kunnen opbrengen, afgelopen vrijdag ging het volledig mis met Sjaak.
Tijdens een enerverende partij tennis met Curt tegen Olav en Arnoud, verloor Sjaak iedere controle over de werkelijkheid. Het gebeurde dat Sjaak een hoge bal kreeg toegespeeld. Sjaak had zich op een volledig verkeerde plek tussen de baseline en de serviceline opgesteld. Het leek alsof Sjaak de bal als het ware boven zich stil zag hangen. Seconden leken minuten, minuten leken uren. Op dat moment sloeg Curt, nog helemaal in zijn spel, en overigens volledig begrijpelijk want hij had Sjaak daar natuurlijk nooit verwacht, het hoofd van de romp van Sjaak. Een zuiver tennisongeluk. Sjaak was niet meer te redden. De hevig ontdane Curt kon gelukkig rekenen op het begrip van de overige aanwezigen. Dat, en de whisky later die avond, heeft Curt er weer bovenop geholpen.
Niettemin missen we Sjaak nu al. De ongekroonde voorzitter van de vrijdagavond op Elzenhagen, of misschien beter gezegd, de ongekroonde koning. Laten we hopen dat indachtig de kerstperiode die snel nadert, dat Sjaak zich snel zal hernemen, zijn hoofd erbij houdt en komende vrijdag weer van de partij is: de koning is dood, lang leve de koning.
Wij zijn een toegewijd team dat zich inzet om uitzonderlijke ervaringen te creëren. Onze focus ligt op het leveren van betrouwbare en innovatieve oplossingen, gedreven door respect voor kwaliteit en een oprechte wens om verwachtingen te overtreffen.
Onoverwinnelijk
Laatst was ik bezoek bij een oude buurvrouw. Dan bedoel ik niet oud, maar ex. Nee, niet mijn ex, maar gewoon mijn buurvrouw. Even een hapje gegeten. Dat klinkt vaak blasé, "een hapje eten". Maar in dit geval was het werkelijk maar een hapje, godzijdank, wat sommige mensen klaarmaken is echt niet te vreten. Maar dat ter zijde. Ze was net verhuisd en wonder boven wonder, ze zat nog steeds met dezelfde oude troep als tien jaar geleden. Een makkelijke stoel was er in huis niet te vinden. Eigenlijk was er maar een keus, een stel verschillende houten keukenstoelen aan een lange tafel. Na en tijdje kreeg ik last van mijn kont. En niet zomaar last van mijn kont, nee, pijn in mijn kont. Op zich niet zo verwonderlijk. Ik ben immers een paar maanden geleden professioneel van de trap gelazerd en heb daar mijn stuitje ofwel gekneusd dan wel gebroken. Het kon dan ook niet anders, of we spraken over mijn pijnlijke kont. Daar had zij ook ervaring mee. Met haar eigen kont natuurlijk. Ze vroeg me of ik ermee bij de dokter was geweest. Nee ikke niet. Nou zij wel. Ze wist nog niet helemaal zeker wat ze het ergst had gevonden, de val van het keukentrapje, de pijn of het bezoek aan die dokter.
Nu is mijn oude buurvrouw best een aardige vrouw. Overigens ook om te zien. Maar wat sommige dingen betreft ook wel eens wat naïef. In haar onschuld, wat soms heerlijk kan zijn, had ze bedacht dat ze langs de dokter moest om te laten controleren of haar stuitje niet gebroken was. En mocht dat zo zijn dan dacht ze dat de dokter daar wat aan kon doen. Eenmaal bij de dokter in de spreekkamer vroeg de dokter of ze haar broek uit wilde trekken. Ze moest op de behandeltafel klimmen en moest op haar knieën gaan zitten (toen ze me dit vertelde, schoot me de melodie even door het hoofd van een nummer van Ramstein: "Bück dich, dein Gesicht ist mir egal"). Voor ze doorhad wat hij van plan was, voelde ze hem al anaal binnendringen. Vrijwel direct erop probeerde hij haar gerust te stellen: "nee, het is niet gebroken" . Wonderlijk toch wat zo'n dokter met 1 wijsvinger allemaal kan vaststellen. Wat een waanzinnig goede diagnose. Alleen, wat nou als het wel gebroken was geweest? "Ja, het is gebroken, maar helaas kan ik daar niets aan doen"??
Het doet me denken aan een goede partij tennis. Zo eentje waar ik er de laatste weken er meerdere van heb gespeeld. Partijen waarbij ook mijn service behoorlijk liep. Partijen ook waarbij ik bovengemiddeld kon lopen. Waarbij ik zelfs af en toe goed door mijn knieën ging. Maar allemaal partijen die ik hopeloos verloor. Partijen die ik verloor met grote cijfers. Waardeloze partijen eigenlijk. Partijen waarbij je jezelf en je medespeler maar voorhoud dat we toch goed gespeeld hebben, maar dat het alleen niet in de punten tot uiting kwam. Laten we wel wezen, verliezen is niet erg, zeker niet als je lekker hebt gespeeld. Maar nadat je verloren hebt met een enorme achterstand, terwijl je lekker hebt staan spelen, dat is net zoiets als dat bezoekje aan die dokter. Achteraf voel je je genomen.
Er is eigenlijk maar 1 ding erger en dat is: zo verschrikkelijk verliezen terwijl je lekker meent te spelen, én pijn in je kont hebben. Gelukkig heb ik en goed vooruitzicht. Over een paar maanden, zo lang houd ik het nog wel uit, ga ik naar India voor een tocht door de Himalaya. Ik hoop daar 2 zaken te vinden. In de eerste plaats een goeroe met het juiste spijkerbed waarmee ik door meditatie leer de pijn in mijn kont te negeren. En zoveel rode bloedlichaampjes dat ik nou eens voor 1 vrijdagavond onoverwinnelijk ben.

Sponsoren
Ik ben er helemaal uit geweest. Of beter gezegd: uit mijn doen geweest. Het heeft er niets mee te maken dat ik de afgelopen vrijdag niet heb getennist. Evenmin met het heerlijke avondje dat toen thuis plaatsvond. En ook niet met het jammerlijke feit dat ik aankomende vrijdag alweer niet kan tennissen, hoewel dat er wel aan bijdraagt. Nee, dat allemaal terzijde.
Het begint die zondagmiddag van een anderhalve week geleden. Ik zit onder het genot van een lekker glaasje bourbon de zaterdagkrant te lezen wanneer er gebeld wordt. Nog niets aan de hand, want mijn dochter van tien handelt dat soort ongenoegen meestal vakkundig en efficiënt af. Dit keer niet dus. Ze overhandigt me de telefoon met de een vragende blik en zegt “iemand van Elzenhagen”. Aan de telefoon blijkt een respectabel lid van onze tennisvereniging. Na een razendsnelle introductie, vraagt hij me of ik degene ben van de pr-commissie, en of ik de pr wil blijven doen. Nog niets aan de hand. Ik vertel hem rustig dat het een misverstand is dat ik de hele pr voor mijn rekening neem en leg uit dat de externe informatie vooral door de voormalige voorzitter van de vereniging werd geregeld. Maar ik vertel hem er onmiddellijk bij dat ik mij wel bezig houd met het verwerven van sponsorgelden voor de vereniging.
Nog steeds geen vuiltje aan de lucht. Hij spreekt zijn waardering uit. Maar we belanden al snel op een hellend vlak, als hij mij vraagt of daarover intern wel eens overlegd wordt. Ik geef aan dat me dat niet direct nodig lijkt, maar dat ik er geen bezwaar in zie daar met elkaar over te communiceren. En dan gaat het fout. Het toch zeer respectabele lid van onze vereniging probeert hier tussen neus een lippen door mee in te stemmen, door nadrukkelijk te stellen dat ik waarschijnlijk geen seksclub zal benaderen. Fout, helemaal fout, ik weet het. De man weet schijnbaar waar het makkelijke geld moet zitten. En dat niet alleen, dat ik er zelf niet aan gedacht heb, stom, stom! De rest van het telefoongesprek ben ik helemaal kwijt. Er speelt vanaf dat moment maar één gedachte door mijn hoofd: naar een seksclub toe, en dan met geld terug naar huis. Of nog beter, sponsorgeld voor de club.
Sindsdien pijnig ik mijn hersens hierover. Zodanig dat ik het besef van de realiteit soms volledig verlies. Wat moet ik doen? Met welke seksclub zal ik beginnen? Wat moet ik daar doen om geld voor de vereniging los te krijgen? Ik begin meteen met behulp van de Gouden Gids een bestand aan te leggen van seksclubs in de regio. Niet te ver van Elzenhagen natuurlijk. Want zelfs voor een sponsorende seksclub wil een lid niet ver rijden. Ik ben me rotgeschrokken van de enorme hoeveelheid prospects die ik vind. Ten einde raad en volledig in de war, spring ik in mijn auto en ben naar de dichtstbijzijnde potentiële sponsor gereden.
Ik word ontvangen door een vriendelijke dame, met de vraag of ik een of twee meisjes wil. Voor een goed gesprek over sponsoring lijkt het me beter om met twee dames te spreken. Twee kunnen meer schuiven dan een denk ik nog. De vereniging kan immers wel wat geld gebruiken. Een dame brengt me keurig door een sfeervol verlicht gangetje naar een kamer. Ik klop op de deur, ga naar binnen en zie twee vrouwen van een jaar of 25. Veel hadden ze niet aan. Blijkbaar vinden ze elkaar ook aardig, want ik zie dat ze elkaar nog even gauw een lekkere zoen geven. Maar een bureau of vergadertafel was niet te bekennen in die kamer. Alleen een enorm, wat rommelig opgemaakt bed en, toch eigenaardig, een groot bad. Vriendelijke meiden. Ze geven me allebei een hand en vragen me op het bed te gaan zitten. Nee van Elzenhagen hebben ze nog nooit gehoord. Niet zo gek, want Natascha is nog maar een jaar in Nederland. En Chantal komt nooit verder dan ’s een keertje naar de sauna. Nee tennis interesseert ze eigenlijk niet. Ze zijn wel heel aardig voor me, dat wel. Maar na een verhitte onderhandeling over het sponsoren van de ballenmachine of het sponsoren van het Sjaak Memorial Toernooi, blijkt dat ze niets in de club willen steken. Ja, een 24-uurs toernooi zien ze wel zitten. Daarvoor willen ze zelfs nog wel een paar extra collega’s porren. Maar het geld?
Tja ik kwam voor geld. Daar zijn we niet uitgekomen. Het einde van het liedje: na drie uur zwaar en intens onderhandelen kom ik € 600,-- lichter buiten. Misschien moet ik eens met onze nieuwe penningmeester gaan praten. Ik doe het immers voor de vereniging. Afijn, en dat allemaal door een respectabel lid.